2021 – Duitsland-Oostenrijk-Duitsland – 13 dagen

Vooraf

We hadden gehoopt om in 2020 onze reis naar Oostenrijk (die al geboekt werd in januari) te kunnen maken doch Corona stak stokken in de wielen en alles werd uitgesteld tot augustus 2021. Op het moment dat ik dit schrijf lijkt het vrij zeker dat het ditmaal zal lukken. Duitsland en Oostenrijk zijn open voor het toerisme en wij zijn beide volledig ingeënt tegen het virus. We vertrekken met de wagen op vrijdag 30 juli en zijn terug thuis op woensdag 11 augustus.
De andere reeds eerder geplande reis naar Sicilië hebben we noodgedwongen verplaatst naar 2022. Maar met wat geluk komt er in oktober 2021 een korte uitstap naar Griekenland bij. Maar daarover later meer in onze reisblog.

Dag 1 – Kortrijk – Ingolstadt (Beieren – Duitsland) (800 km)
Vrijdag 30 juli

We rijden met een tussenstop naar Oostenrijk. 800 km lijkt me meer dan genoeg voor de eerste dag.
De keuze voor de tussenstop viel op Ingolstadt (Opper-Beieren) gekend voor zijn hoofdkantoor van Audi, evenals de hoofdkantoren van Media Markt en Saturn. Daar blijven we 2 nachten en rijden dan verder.

De trip met de wagen verliep heel vlot. We vertrokken om 05u20 thuis en kwamen toe aan het hotel omstreeks 16u20. Het had sneller gekund ware het niet van enkele files op de autosnelweg.


We krijgen wel prima weer de gehele dag. Volle zon met temperaturen tot 28 graden C.
Terwijl ik dit aan het schrijven ben deze avond, krijgen we hier wel een ferm warmte-onweder met veel gedonder en bliksem. Volgens de verwachtingen moeten we morgen terug een mooie dag krijgen en dan gaan we dit mooie stadje van dichter bekijken.

Hotel Rappensberger ***

Dag 2 – Ingolstadt verkennen
Zaterdag 31 juli

Ingolstadt wordt doorkruist door de Donau. (lees meer via de link)
De Donau ontspringt in het Zwarte Woud en stroomt als enige Europese rivier naar het oosten naar de Zwarte Zee.

Ingolstadt is de zesde grootse stad in de Deelstaat Beieren en telt bijna 170.000 inwoners (2020).
Via de link op de naam kan je meer lezen over de Stad en zijn geschiedenis. Hier koos ik voor de link naar de Duitse tekst omdat er niet veel commentaar staat in de Nederlandse Wikipedia. Iedereen weet intussen wel hoe je op internet een webpagina automatisch kan laten vertalen.

Een beetje tegen de verwachtingen in (voorspellingen gezien in België) krijgen we terug een prachtige dag met zon, ruim 25 graden en een blauwe hemel. We wandelen de gehele dag door de winkelstraten en zien de meest belangrijke bezienswaardigheden. Hieronder een paar foto’s met oude Stadhuis en het Neues Schloss.

Ook het vermelden waard is zeker de Asiamkerk Maria de Vistoria met zijn fenomenale plafondfresco.

De tussenstop in Ingolstadt was de moeite waard en het hotel krijgt een mooie 8/10. Het is weliswaar een oud gebouw doch is prima onderhouden en uitgerust. Over het ontbijt valt ook niks negatiefs te zeggen, alles voorzien, prima.

Duitsland en de Corona-maatregelen dan. Het dragen van de mondmaskers wordt heel goed nageleefd. Het gebruik van de FFP2-maskers is wel verplicht. Enkel personeel van horeca en winkels mag schijnbaar chirurgische mondmaskers dragen. Vraag me wel niet waarom. In de horeca bestaat ook nog steeds een “aanwezigheidsregistratie”; soms op papier soms elektronisch met QR-code. Maar ik heb ondervonden dat die apps het soms moeilijk hebben met gegevens van buitenlanders. Mijn “adres”  wou de app dus nooit aanvaarden, resultaat is dan dat er niet geregistreerd wordt … (?).

Hotel Rappensberger ***

Dag 3 – Ingolstadt – Kaprun (Salzburgerland – Oostenrijk) (280 km)
Zondag 01 augustus

Vandaag rijden we naar Kaprun. De dag begon grijs en hij zal zo blijven. Regelmatig wat regen maar geen echte buien. Op de autosnelweg is het heel druk in de richting van München en regelmatig zijn er files door kop-staart aanrijdingen.

Normaal was voorzien dat we zouden verblijven in het “Ferienhotel Pass Thurn” in Mittersill. We werden echter een tijdje vooraf verwittigd door het reisbureau dat dit hotel niet zou openen in het hoogseizoen. Een bepaalde reden hiervoor werd niet gegeven. Hoteldeal stelde echter onmiddellijk een nieuwe bestemming voor in Kaprun een 25km ten oosten van Mittersill.

Verder valt er niet veel te zeggen. Het grauwe weer en de laaghangende wolken hield ons binnen.

Hotel Victoria ****

Dag 4 – In en rond Kaprun
Maandag 02 augustus

De dag begint grijs maar toch met hier en daar vlekje blauw aan de hemel. We besluiten de op wandelafstand Sigmund Thun Klamm te gaan bekijken. Deze wildwaterkloof loopt vanuit de Klamsee en wordt gevoed door smeltwater van verschillende gletsjers in de Hohe Tauern

Na de wandeling rond de Klamsee, die niet zo erg groot is, gaan we Kaprun bekijken. Het is duidelijk dat dit vooral een skioord is maar ook in de zomer zijn charmes heeft voor de vele wandelaars en mountainbikers. Vanuit Kaprun kan je ook gemakkelijk met kabelliften tot boven de 3000 meter hoogte geraken. Gezien er echter nog steeds lage wolken hangen beslissen daar misschien even mee te wachten op beter weer deze week.

Omdat we nog een paar uurtjes over hebben rijden we een stukje verder naar St. Johann in Pongau en gaan er de Liechtensteinklamm bekijken. Deze waterkloof met een mooie waterval is pas terug toegankelijk sinds 2020 nadat een deel ervan in 2017 was ingestort.
Ook de Duitstalige versie van wikipedia is interessant om een te lezen

Het weer van morgen zal verder bepalend zijn van wat we juist gaan doen.

Dag 5 – De Kitzsteinhorn verkennen
Dinsdag 03 augustus

Gezien er zich vandaag een mooie dag aankondigt gaan we meteen via de kabelbaan op de Kitzsteinhorn. Met 5 verschillende liften en 4 overstappen gaan we vanuit Kaprun op 780 meter naar de top op 3029 meter. We moeten niet meer zeggen dan dat het een prachtige belevenis is.

Die top is ons doel.


Hotel Victoria ****

Dag 6 – Zell Am See
Woensdag 04 augustus

Het weer blijft hier heel wisselvallig. De ene dag goed de andere dag veel minder. De morgen begint grijs en die dag zal grijs eindigen. Het blijft wel droog. We besluiten dan maar om het toeristische Zell Am See te bezoeken.

De Zeller See ligt maar een 10-tal kilometer noordwaarts van Kaprun.

Ik heb nog niks verteld over ons Hotel waar we verblijven.
Het gebouw is nog niet zo oud, heel netjes en goed onderhouden. We krijgen hier een all-in formule die wel OK is maar ook niet super. Er is wel niks te kort. Alle maaltijden komen in buffetvorm. Bij het begin van die maaltijden is het altijd super druk omdat vermoedelijk velen bang zijn hun deel te verliezen. Alles wordt echter constant aangevuld. Het eten is lekker maar neigt naar grootkeuken.
Onze kamer is wel mooi ruim en we hebben goeie bedden. De badkamer is echter piepklein en mocht zeker twee maal zo groot geweest zijn. Met 2 personen samen binnen lukt het niet. De verlichting in de kamer kon ook iets beter geweest zijn.
Mijn beoordeling dus: een 7 op 10.

Hotel Victoria ****

Dag 7 – Een kleine wandeling
Donderdag 05 augustus

Vandaag maken we een kleine wandeling vanuit het Hotel naar Kaprun en terug. Even genieten van de natuur en de omgeving. Op wat spatjes na blijft het droog.

Ons hotel van iets hoger gezien.

Na de middag proberen we om de stuwmeren “Kaprun Hochgebirgsstauseen” te bezoeken. We gaan dit echter moeten uitstellen tot morgen omdat Doris problemen heeft met pijnlijke knieën. Na een nacht rust en een pijnstiller is er morgen misschien meer mogelijk.

En hoe zit het met Corona in Oostenrijk?
Alles verloopt hier heel losjes. Met uitzondering voor winkels met voedingswaren en op het openbaar vervoer geldt er geen mondmaskerplicht meer. Er wordt wel gevraagd voor een afstand van 1 meter te houden maar dit wordt ook al niet zo strikt opgevolgd.
In de meeste horecazaken vraagt men wel altijd een vaccinatiebewijs (op papier of digitaal). Ik merk ook dat niet-Oostenrijkers soms nog een registratieformuliertje moeten invullen. Maar dat is meer pro-forma dan wat anders.

Hotel Victoria ****

Dag 8 – Kaprun Hochgebirgsstausee en Krimmler Wasserfälle
Vrijdag 06 augustus

Hoog boven de Klamsee, die we de eerste dag bezochten, liggen 2 stuwmeren op 1672 en 2036 meter. Schuttelbussen brengen je van aan de voet op 1209 meter naar het hoogst gelegen stuwmeer.
Een stuk van de klim maak je met de Lärchwand Schrägaufzug. Een soort open lift (kooi) die van 1209 naar 1640 meter wordt getrokken.

Achter ons het laagst gelegen stuwmeer

Alleen jammer van de laaghangende wolken. Maar het uitzicht was nu al fenomenaal.

Van hier rijden we naar de gekende Krimmler Wasserfälle op zo’n 60 km van Kaprun. De Krimmler Waterval is de hoogste gefaseerde waterval van Europa. Via een mooi pad kan je te voet 380 meter naar omhoog en geniet te tussendoor van de fantastische hoeveelheden water die naar beneden donderen. Lees zeker de link hierboven over de watervallen.

We hadden een mooie dag en konden en een mooie natuur van Oostenrijk bewonderen. Jammer dat Doris niet even veel kan meegenieten door de knieproblemen. De klim naast de watervallen moest ik noodgedwongen alleen doen.

Hotel Victoria ****

Dag 9 – Grossglockner Hochalpenstrasse
Zaterdag 07 augustus

Voor onze laatste dag hier in Kaprun en gebruik makende van het mooie weer gaan we de Grossglockner Hochalpstrasse oprijden. De bergpas is genoemd naar de Grossglockner, met een hoogte van 3798 meter de hoogste berg van Oostenrijk, gelegen in de Hohe Tauern. Hier ontspringt ook de Pasterzegletsjer. Om de bergpas op te rijden moet er een wegentol betaald worden van 37,50 €. Dit lijkt misschien veel maar wat je te zien krijgt is echt de moeite waard.

Aan het begin van de bergpas kan aan de poorten de tol betaald worden. In Oostenrijk moet je op autosnelwegen een bijzondere wegenistaks betalen. Als vreemdeling kan je zo’n taks betalen per 10 dagen (momenteel 9,50 €) of een veelvoud ervan. Naast die taks wordt ook op verschillende kunstwerken zoals tunnels of bijzondere locaties een bijkomende taks gevraagd.

Ik laat iedereen een beetje meegenieten van het landschap en de natuur.

Grossglockner Hochalpenstrasse gaat tot aan de Pasterze  (op 0ngeveer 2369 meter hoogte), de gletsjer die naast de Grossglockner ligt. Jammer dat de gletsjer in de loop der jaren zo veel ingekrompen is. Lees hierover meer via de link in deze tekst.

Op de flanken van de bergen leven ook enkele berggemzen en marmotten. Altijd leuk als je een goed teleobjectief op de camera hebt.

Tot afsluiter stoppen we op de terugweg nog even in Kaprun voor een koffie met een stuk taart. Morgen verlaten we Oostenrijk en vatten we de terugweg aan langs de Bodensee  (Zuid-Beieren) naar het Zwarte Woud.

Hotel Victoria ****

Dag 10 – Kaprun – Sankt Märgen (Zwarte Woud – Duitsland) (500 km)
Zondag 8 augustus

In het maandtijdschrift van Okra had ik eerder al gelezen over een familiehotelletje Felsenstüble in St.Märgen uitgebaat door Vlamingen en ik vond dit de gelegenheid om daar een paar dagen te vertoeven.

Na het ontbijt vertrekken we richting Sankt Märgen. Aanvankelijk verloopt het rijden heel vlot tot we aan de Fernpass beginnen tussen Imst en Reutte. Daar verliezen we 2 uur tijd door files een aanschuiven. Maar wat wil je, een andere mogelijkheid is er niet eenmaal je hiervoor gekozen hebt.
Uiteindelijk rullen we de rit in 8u45 afleggen in plaats van in 6u45 zoals Google berekend had.

Aan de Bodensee houden we natuurlijk nog even kort halt.

Tot slot en na een lange rit komen we aan aan ons zon overhoten hotel.

Gasthaus  Felsenstüble

Dag 11 – Freiburg im Breisgau en de Titiseeen
Maandag 9 augustus

We bezoeken vandaag Freiburg im Breisgau die de als hoofdstad beschouwd wordt van het Zwarte Woud. We waren daar wel al eerder maar het is leuk om het geheugen weer een op te frissen.
Maandag is schijnbaar marktdag waardoor het heel druk is in de Altstadt.

In de namiddag rijden we naar de niet niet zo veraf gelegen Titisee. We kuieren er wat rond en maken een boottochtje rond het meer.

Een ect programma voor morgen hebben we nog niet. We zien wel waar we terecht komen.

Gasthaus  Felsenstüble

Dag 12 – Triberg – Villingen-Schenningen – Linachtalsperre
Dinsdag 10 augustus

Dit wordt onze laatste dag in Het Zwarte Woud. We bezoeken nog enkele toeristische stadjes. We beginnen met Triberg waar we bij eerdere gelegenheden voorbij kwamen. Maar het was niet slecht om ons geheugen eens terug op te frissen.

Van Triberg rijden we naar Villingen-Schenningen. Hier waren we nog nooit eerder en het blijkt echt een heel charmant stadje met duidelijk oude roots uit de Middeleeuwen maar nu heel modern ingericht.

Onderweg naar het hotel stoppen we nog even bij de Linachtalsperre.

En op mijn verjaardag mag er geen afsluitertje ontbreken.

Dat zal het dan maar geweest zijn voor onze reis naar Duitsland en Oostenrijk. Vanavond nog alles terug inpakken en morgen vertrekken we richting Krtrijk.

Gasthaus  Felsenstüble

Dag 13 – Sankt Märgen – Kortrijk (640 km)
Woensdag 11 augustus

Vanuit het Zwarte Woud rijden we naar huis via Freiburg, de Elzas, Verdun, Franse Ardennen, Charleville-Mézières, Charleroi.

2019 – Slovenië – 14 dagen rondreis

Voorbereiding

Van zaterdag 1 juni tot en met zaterdag 15 juni bezoeken we dit jaar het mooie Europese land Slovenië. We maken de reis met de eigen wagen daar de afstand uiteindelijk niet zo heel groot. De 1200 km overbruggen we in 2 dagen via Duitsland en Oostenrijk. Voor de terugweg kiezen we dan voor een stukje Italië (via Triëst) naar Oostenrijk en Duitsland.

Opnieuw maak ik gebruik van de reis die reeds in 2013 door onze vrienden Christiane en Ivan gemaakt werd. Ik verwijs graag naar hun eigen reisblog
Een goeie voorkennis van bezienswaardigheden is altijd meegenomen. Voorzien van enkele reisgidsen, een goeie wegenkaart (Uitgeverij Freytag & Berndt) en onze GPS proberen we opnieuw een toffe reis van te maken.


Voor wat algemene toelichting over Slovenië verwijs ik naar een pagina van de Reisorganisator Joker.

Opmerking: doorheen de tekst maak ik altijd, voor mensen die meer willen lezen, verschillende linken naar externe pagina’s die meer toelichting geven over een plaats, een regio, een benaming of die een kaart oproepen.

Dag 1 – Kortrijk – Bergen (Landkreis Traunstein – Beieren) (Duitsland) – 950 km

Zaterdag 01 juni

De eerste dag willen we zo ver mogelijk geraken en we vertrekken al heel vroeg (05u30). We kiezen voor de overnachting in een charmant hotelletje in Bergen, Chiemgau Hotel Viktoria.
De reisweg verloopt heel vlot met weinig oponthoud. We krijgen een mooie dag met volop zon en een temperatuur tot 25 graden. Omstreeks 16u45 zijn we reeds in ons Hotel.

Om nog wat te ontspannen en de spieren wat te lossen rijden we nog eens naar het centrum van het dorp Bergen voor een wandelingetje en dan een hapje te eten in een Grieks restaurantje op het marktplein.

Morgen rijden we Oostenrijk binnen en rijden door de Alpen tot onze eerste stop in Slovenië.

Hotel Viktoria

Dag 2 – Bergen (Duitsland) – Radovljica (Slovenië) – 265 km

Zondag 02 juni (bekijk de reisweg)

Oostenrijk doorkruisen met de auto is niet echt goedkoop. Om op de autosnelwegen te rijden moet je een vignet kopen: voor 10 dagen betaal je 9,20 €. De controle hierop is heel streng. Bij een eventuele controle (en je ziet echt wel veel politie in Oostenrijk) krijg je onmiddellijk 120 € boete als je geen vignet hebt. Op ons traject reden we ook door 2 tunnels: de Tauerntunnel en de Karawankentunnel. Voor de eerste betaal je een afzonderlijke tol van 12 € en voor de tweede 7,40 €. Aan de  Karawankentunnel tussen Oostenrijk en Slovenië, die ongeveer 7,9 km lang is, is men nog steeds aan het bouwen aan de tweede pijp.

Toegang in de verte naar de Tauerntunnel

Ingang naar de Karawankentunnel

Voor we Slovenië binnen rijden stoppen we ook nog even in Villach. Een schattig mooi stadje maar dat op deze tijd van jaar en zondag zijnde, heel kalm is.

Omstreeks 15u15 komen we aan in ons Hotel in Radovljica. Het hotelletje zal zeker meevallen voor de komende 3 overnachtingen.

Radovljica is een klein historisch dorp in de Sloveense regio Gorenjska en telt 18.164 inwoners (2002).
Het ligt even  voorbij Bled op de rand van de Julische Alpen en het Triglav Nationaal Park. Als het weer morgen is zoals vandaag dan wordt dit onze bestemming.

Sport Hotel Manca

Dag 3 – Rondrit in het Triglav National Park – 211 km

Maandag 03 juni (bekijk de reisweg)

Vanmorgen worden we wakker met volle zon en de verwachtingen voor de gehele dag zien er prima uit. We zullen vandaag temperaturen halen tot 29 graden.

Na het ontbijt vertrekken we voor een rit in en rond het Triglav National Park. Dit natuurpark is genoemd naar zijn hoogste berg de Triglav.  De Triglav is met zijn 2864 m de hoogste berg van Slovenië.

Onze eerste stop is aan het Jasnameer (juist voorbij Kranjska Gora) waar we het bronzen beeld van Zlatorog de Goudhoorn bewonderen.

Zo’n 4 km verder komen we aan de Russische Kapel. Voor het kleine houten kerkje ligt een graf van de onbekende soldaat. Het herinnert aan de meer dan duizend Russische krijgsgevangenen die in 1917 voor de aanleg van de weg voor het Keizerlijke Oostenrijk stierven.

Van daar rijden we de bergpas Vršič omhoog. Deze bergpas die tot 1611 meter gaat is de hoogste van Slovenië. Bij het op- en afrijden heb ik een 50-tal haarspeldbochten genomen.
Onderweg naar de top kan je een natuurlijk beeldhouwwerk, het Ajdovska-meisje bewonderen in de flank van de Prisank berg. (De link hierboven is in het Sloveens omdat er geen Nederlandstalige toelichting bestaat in Wikipedia. Voor Google Chrome gebruikers is deze pagina gemakkelijk te vertalen: met de rechtermuisknop klikken in de pagina en kiezen voor vertalen naar Nederlands)

Boven op de bergpas neem ik toch nog snel een prachtige foto.

Helemaal terug beneden kom je in Bovec. Een klein schattig dorp, dat leeft van het watersporttoerisme en de vele randactiviteiten. 5 Km verder hebben we de Slap Boka of Boka-waterval. Met zijn 106 meter hoogte (of iets meer naargelang de bron) is dit opnieuw de grootste waterval van Slovenië. Het water van de waterval komt eigenlijk uit een ondergrondse grot daar boven in de bergen en wordt gevoed door regen en smeltwater.

De laatste stopplaats voor vandaag, waar we de Sloveense natuur bewonderen, ligt in de omgeving van Tolmin, namelijk de Tolminska Korita of  Tolmin Gorges. Deze kalksteenkloof  van soms maar 2 meter breed en tot 60 meter diep werd gevormd door de samenloop van 2 onstuimige riviertjes.

Voldaan en moe komen we terug in het Hotel. Laat ons hopen dat we morgen opnieuw van zo’n mooie dag kunnen genieten.

Sport Hotel Manca

Dag 4 – Radovljica Rondrit – 140 km

Dinsdag 04 juni (bekijk de reisweg)

Vandaag rijden we iets meer ten Oosten van Radovljica. De zon is andermaal volop van de partij.
Onze eerste stop gaat naar de Vintgar Kloof op de Radovna. De kloof is een druk bezochte toeristische plaats maar gezien we nog vroeg in de morgen aankomen valt alles goed mee.

Vandaar rijden we naar Bled en zijn prachtig meer. Ondertussen loopt de temperatuur in de zon op tot 29 graden. Maar wandelen langs het water maakt het heel aangenaam vertoeven.

Onderweg naar onze volgende stop komen we tot de vaststelling dat onze rondrit flink aan het uitlopen is. We zien ons dan ook genoodzaakt de rit naar een traditioneel herdersdorp over te slaan en onmiddellijk door te rijden naar de Savicawaterval aan het Bohinjko Jerzo. Om de waterval te bewonderen moet je wel een half uur trappen omhoog. Dat blijft flink in de kuiten zitten achteraf.
De hemel is intussen ook overtrokken met enkele donkere wolken en met een hitte onweer als gevolg. Gelukkig zijn we nog juist tijdig terug aan de wagen.

Onze namiddag is intussen al flink aan het slinken en opnieuw snijden we een stukje van de geplande weg af. De snelwegen en grote wegen in Slovenië zijn in prima staat maar zodra je andere wegen begint te kiezen geraakt de gemiddelde snelheid meestal niet meer hoger dan 40 km/u. Met hier en daar een stop en een fotomoment gaat de tijd snel voorbij.

We maken wel nog even halt aan het kerkje van St. Primož en Felician in Jamnik. Intussen is het echter wel beginnen regenen en moeten we de wandeling tot bij het kerkje annuleren.

Het bezoek aan Skofja Loka verplaatsen we naar morgen. Hierdoor moet de reisweg van dag 5 ook wat aangepast worden maar dit is geen probleem.
Als afsluiter nog een laatste foto van Radovljica genomen vanaf de overzijde van de Sava.

Sport Hotel Manca

Dag 5 – Radovljica – Maribor – 230 km

Woensdag 05 juni (bekijk de reisweg)

Zoals gisteren aangekondigd hebben we de reisweg wat aangepast en ingekort. Op die manier bezochten we als eerste stop Škofja Loka. Skofja Loka is één van de mooiste stadjes van Slovenië. Het werd in 1511 getroffen door een aardbeving en terug heropgebouwd in barokstijl.

Van daar rijden we verder naar Kamnik. Deze prachtige ouderwetse stad was in de middeleeuwen de hoofdplaats van de regio. Vanop de heuvel waar ooit het kasteel stond heb je een prachtig panorama over de stad.

Als laatste stop voor vandaag rijden we naar de afgelegen plaats: de Velika Planina. Je komt er via een kabelbaan vanuit het westen of via een grind(aarde)weg via het oosten.  We kiezen voor de auto en kunnen zo tot bijna aan het plateau geraken. De laatste paar kilometer moet je wel te voet doen.
Een Planina zijn hoog gelegen weiden van veeboeren in het Karstgebergte. De Velika Planina ligt op 1660 meter hoogte en omvat een reeks typische houten hutten. Tot vandaag worden er nog nieuwe hutten gebouwd in de traditionele bouwstijl.

Daar ik voor vandaag opnieuw genoeg bochten genomen heb met de wagen, buigen we in Velenje af naar de autosnelweg om iets sneller in Maribor aan te komen.
Ons Hotel is gelegen in het oude verkeersvrije stadsgedeelte doch men kan zonder veel problemen aan het Hotel komen met de wagen. Als het weer morgen opnieuw zo zonnig is als vandaag gaan we de stad verkennen.

Hotel Ibis Styles Maribor

Dag 6 – Stadsbezoek in Maribor

Donderdag 06 juni

Tot hiertoe is ons verlof een voltreffer: fantastisch weer en een natuur die we verwacht hadden. Ons Hotel Ibis Style valt best mee: modern en strak. We hebben wel geen te grote kamer maar we zijn niet naar hier gekomen om op de kamer te zitten.

Maribor is de tweede grootste stad van Slovenië met ruim 100.000 inwoners. Het contrast met de kleine en middelgrote stadjes en dorpen op het platteland is echt wel groot. Het is lekker wandelen in de straten van het centrum en langs de Drava.

Kathedraal van Johannes de Doper

Op het rechthoekig hoofdplein, daterende uit de 13e eeuw, staat in het midden de Barokke Pestzuil uit 1743.

Terug aan het water zien we de Stara Trta de oudste wijnstok ter wereld. Volgens de legende zou de wijnstok meer dan 440 jaar oud zijn.

Vandaag hebben we het heel wat kalmer aan gedaan. In de namiddag zijn we nog wat gaan wandelen in het mooie 54 ha groot Mestini Park, een paar straten naar het noorden van de oude stad.

De prijzen van kledij, benzine e.d. zijn in Slovenië heel goed vergelijkbaar met België. De voeding en eten op restaurant is dan weer wel goedkoper. Wat wel ook goedkoper is en in overvloed verkrijgbaar …..

4,50 € en lekker hoor

Hotel Ibis Styles Maribor

Dag 7 – Rondrit vanuit Maribor – 175 km

Vrijdag 07 juni (bekijk de reisweg)

Vandaag rijden we even weg van Maribor en gaan de streek meer naar het oosten verkennen. De wegen aan de oostkant van Slovenië lijken me veel beter dan aan de westkant. Mooie normale breedte en weinig beschadigingen. Onze eerste stop in het dorp Bogojina. Daar bezoeken we de mooie en bijzondere Maria-Hemelvaartkerk met zijn ronde toren.

Vandaar gaat het naar Odranci. De streek in het oosten van Slovenië behoorde tot na de tweede wereldoorlog tot het grondgebied van Hongarije. De achthoekige parochiekerk van St. Drie-eenheid werd in 1967 gebouwd.

We rijden verder langsheen de Hongaarse grens en komen zo in Jeruzalem. Volgens de legende kreeg het zijn naam van de Germaanse kruisvaarders die door de lokale gastvrijheid aan de heilige stad dachten. De omgeving is gekend voor zijn druiventeelt en witte wijn. Aan het kleine kerkje gaan we die natuurlijk eens proeven en hij viel erg mee.

 

Ormoz had tot de 15e en 17e eeuw een belangrijke rol in de grensgeschiedenis van Slovenië. Van het 13-eeuwse kasteel is alleen de romaanse toren over gebleven. De rest van het kasteel werd hersteld in een barokke stijl.

Onze laatste stop voor vandaag is het schilderachtige stadje Ptuj. Ptuj is de oudste stad van Slovenië.  Zijn kasteel en de klokkentoren met zijn rood dak springen onmiddellijk in het oog.

Sint-Pieters en Pauluskerk

Stadstoren aan de Sint-Joriskerk

Voor we Ptuj verlaten stoppen we even aan de overzijde van de Drava van waaruit we een mooi beeld krijgen van het kasteel.

Morgen verlaten we Maribor en rijden we naar Ljubljana de hoofdstad van Slovenië.

Hotel Ibis Styles Maribor

Dag 8 – Maribor – Ljubljana – 240 km

Zaterdag 08 juni (bekijk de reisweg)

Vanmorgen hebben we omstreeks 8u 24 graden buiten. Als ik goed gezien heb op internet is dat 10 graden meer dan in Kortrijk. Omstreeks 16u zal het kwik oplopen tot 31 graden. Van lekker warm gesproken … maar toch vermoeiend op het einde van de dag.

Vandaag rijden we terug naar het midden van Slovenië, naar zijn hoofdstad Ljubljana. We rijden eerst een stukje zuidwaarts langsheen de grens met Kroatische en doorheen het Kozjanski Regionaal Park om ter hoogte van Brežice af te buigen naar het westen. Onderweg genieten we van het mooie landschap en maken we halt  in enkele stadjes en bij enkele bezienswaardigheden.

De eerste stop is bij het kasteel van Olimje dat in 1663 werd omgevormd tot een klooster door de Pauline broeders van Lepogiava.

Om het Kasteel van Posreda te bekijken moeten we stukje van 10 km afwijken van de route. Het kasteel dateert van rond 1150 en is waarschijnlijk het best bewaarde voorbeeld van seculiere Romaanse architectuur in Slovenië. Het beschikt over een typische 12e-eeuwse verdedigingstoren (keep), een romaanse kapel en twee vleugels uit ongeveer dezelfde periode. Het ordelijke, rechthoekige plan is ook typerend voor de late romaanse periode. Het kasteel werd bijna volledig verwoest tijdens de 2de wereldoorlog doch is intussen volledig gerestaureerd.

In Brežice staat één van de mooiste renaissance kastelen van Slovenië. Het bevat een museum over de geschiedenis, etnologie, archeologie en kunst van het land. De parel van te kasteel is echter de grote Ridderzaal waarvan het interieur rijkelijk versiert is met goed bewaard gebleven fresco’s op het plafond en muren.

Kostanjevica na Krki is een klein dorpje gelegen op een eilandje gevormd door een natuurlijke splitsing van de Krka.

We rijden verder langs de Krka tot in Novo Mesto. Het economisch nochtans belangrijke stadje lijkt als in een slaapmodus. In het oude stadsdeel is heel weinig volk te zien. Blijkbaar sluiten ook heel wat winkels in de streek nog op zaterdagnamiddag.

Het stadhuis

De laatste stop maken we in Žužemberk en bewonderen vanop afstand het kasteel. De burcht met zijn 7 torens is door de omvattende renovatiewerken evenwel nog één grote bouwwerf.

Omstreeks 17:30 uur rijden we Ljubljana binnen en gaan we inchecken in ons hotel. Ons hotel ligt in het oude stadsgedeelte enkele straatjes weg van alle bezienswaardigheden. Gewapend met een wandelplan gaan we die morgen bekijken.

City Hotel Ljubljana 

Dag 9 – Stadsbezoek Ljubljana

Zondag 09 juni

Het gekozen Hotel met 200 kamers valt heel goed mee. De airco in de kamer krijgt de temperatuur wel wat moeilijk naar beneden. Maar tegen het slapengaan gisterenavond hadden we toch een 24 graden. De kamer is ook niet zo groot maar alle comfort is aanwezig.

Vanmorgen slapen we wat uit en we zijn pas om 08:45 uur aan het ontbijt. We moeten ons tenslotte niet haasten. Het wordt opnieuw een prachtige dag; geen wolkje aan de lucht en een mooie blauwe hemel. Bij ons vertrek om 10 uur is het al 24 graden buiten. Ik heb gekozen om een wandelroute van ongeveer 8 km te volgen die ik gevonden heb op de brochure van Reisroutes.be.

Ljubljana is een mooie pittoreske stad met vele mooie pleintjes, gebouwen, kerken, bruggetjes en bezienswaardigheden in een heel beperkte oppervlakte. Ik ga jullie gewoon verder laten genieten van een reeks foto’s die ik genomen heb.

Franciscanerkerk van de Maria-Boodschap

Kasteel van Ljubljana

De 3 bruggen brug

Fontein van de 3 rivieren

Sint-Nicolaaskathedraal

Sint-Nicolaaskathedraal

Sint-Nicolaaskathedraal

Kabeltreintje naar het Kasteel

Zicht boven Ljubljana

Binnenkoer van het Kasteel

Binnenkoer van het Kasteel

De Schoenmakersbrug

Ursulinekerk van de Heilige Drievuldigheid

Plein van de Republiek

Oevers van de Ljubljanica

De Slagersbrug met duizenden handslotjes

De Drakenbrug

Jugendstilgevel van de Coöperatieve Bank

City Hotel Ljubljana

Dag 10 – Ljubljana – Portoroz – 140 km

Maandag 10 juni (bekijk de reisweg)

Vandaag rijden we vanuit Ljubljana naar de kust van Slovenië. Aan de Adriatische Zee heeft Slovenië een kleine kuststrook van 47 km gelegen tussen Italië en Kroatië. We vinden er de kuststeden zoals Koper, Isola, Piran en Portoroz die nagenoeg niet gekend zijn in België.

We hebben maar 2 stops op het programma. Als eerste hebben we de “Grotten van Postojna” of Postojnska Jama. De grot is met zijn totale lengte van ruim 20 km de grootste grot van Slovenië en op één na de grootste druipsteengrot van de wereld. Slechts 1/4e is opengesteld voor het publiek. De grotten werden gevormd door de Pivka rivier en zijn meer dan 2 miljoen jaar oud.

De eerste 2 km van het bezoek doe je met een treintje dat je diep naar binnen in de grot brengt. Het verdere bezoek verloopt te voet onder begeleiding van een gids die de nodige toelichtingen geeft. Na een wandeling van 1,5 km kom je terug aan het treintje dat je naar de uitgang brengt. Alhoewel de grotten heel commercieel worden uitgebaat is het één van de mooiste en omvangrijkste die we ooit gezien hebben.

De ondergronds stromende Pivka

In de grotten leeft ook een uniek dier in zijn soort, nl. de Grottenolm. De olm is een van de weinige troglobiete amfibieën, wat betekent dat het dier zijn hele leven uitsluitend in grotten doorbrengt. De olm is daarnaast de enige strikt in grotten levende gewervelde in Europa.

Slechts een 9 km verderop gaan we het Kasteel van Prejama bekijken.

Het werd andermaal een erg warme dag. Bij ons vertrek aan het kasteel lezen we 32 graden af buitentemperatuur. Gelukkig moeten we nu niet zo ver meer rijden en kunnen we bij aankomst in het hotel een verkwikkende douche nemen.

Room with a View

Hotel Remisens Premium Casa Bel Moretto

Dag 11 – Wandeling Portoroz – Piran

Dinsdag 11 juni

Vandaag genieten we van de omgeving en de zee met een fikse wandeling langs de kustlijn. Van ons hotel in Portoroz naar Piran is het iets meer dan 5 km stappen.

Baai van Piran

Jachthaventje

Tartiniplein in Piran

Op de achtergrond van de foto hierboven zien we in de hoogte de Sint-Petruskerk. Vanop deze hoogte krijg je een mooi uitzicht over de baai en het stadje.

Na een ruime tijd genieten en een drankje keren we terug op onze stappen.

Hotel Remisens Premium Casa Bel Moretto

Dag 12 – Portoroz – Koper – Kustlijn – 44 km

Woensdag 12 juni (bekijk de reisweg)

Vanmorgen nemen we ruim de tijd om wakker te worden en te ontbijten. Het wordt onze laatste volle dag in Slovenië en we moeten een beetje fit zijn voor de terugreis.

Een kort ritje brengt ons voorbij de zoutpannen van Secovlje verder naar Koper. Koper is de grootste haven van Slovenië en heeft een grote industriële omgeving. We bekijken even het oude maar kleine stadscentrum gelegen rond het Titoplein.

Een andere gekende jachthaven is Izola.

Eenmaal voorbij Izola zijn we snel terug in Piran en Portoroz. Ik sluit af met een mooi beeld van de Baai van Koper.

Baai van Koper

Deze namiddag gaan we ons enkel nog wat bezig houden in de straatjes rond het hotel en aan het strand.

Hotel Remisens Premium Casa Bel Moretto

Dag 13 – Portoroz – Kiefersfelden (Duitsland) – 375 km

Donderdag 13 juni (bekijk de reisweg)

Vanmorgen checken we reeds vroeg uit in het hotel. We hebben namelijk een reisweg van ongeveer 5 uur rijden voor de boeg. Het weer is andermaal prachtig. We noteren reeds om 8 uur een mooie 24 graden.

Vanuit Portoroz rijden via Trieste in Italië naar het noorden richting Oostenrijkse grens. Vanaf Tolmezzo komen we andermaal volop in de Alpen.

De grens van Italië en Oostenrijk passeren we op de Passo di Monte Croce Carnico of Plöckenpas op 1357 m hoogte.

De eerste stad in Oostenrijk waar we even halt houden is Lienz. Intussen is het ook tijd geworden om een klein hapje te eten.

Ongeveer halfweg tussen Lienz en  Kitzbühel moeten we door de Felbertauerntunnel van 5,3 km lang. Het kost je 11 euro aan tolgeld. Bij het uitrijden aan de noordzijde, stoppen we even en bewonderen er de ruige natuur.

op 1600 meter hoogte

De natuur, de bergen en de omgeving in Oostenrijk en op onze weg zijn heel bijzonder. Achter iedere bocht schuilt een anders vergezicht.

De laatste stop voor vandaag maken we in het iets mondaine Kitzbühel, het bekende skioord.

Omstreeks 17:30 uur komen we in ons hotel in Kiefersfelden juist over de grens met Oostenrijk.

Gasthof Hotel zur Post 

Dag 14 – Kiefersfelden (Duitsland) – Kortrijk – 920 km

Vrijdag 14 juni

Vandaag sluiten we ons verlof af met de relatief lange terugweg dwars door Duitsland. We hebben heel wat kilometers gereden maar we vonden het de moeite waard.
Ons verlof naar Slovenië was een echte voltreffer. Het weer viel, tegen alle eerdere verwachtingen (van de voorafgaande weken) bijzonder goed mee. We hadden het niet beter kunnen wensen. We hebben een mooi land leren kennen met bijzonder mooie en verrassende natuur en een vriendelijke bevolking. We kunnen het aan iedereen aanraden.

Terug in Hotel Mama

2018 – Frankrijk – Rondreis Bretagne

Voorbereiding

In juni dit jaar gaan we met de eigen wagen Bretagne verkennen, een streek van Frankrijk waar we tot hiertoe nog nooit geweest zijn. In die Westelijke uithoek van Frankrijk waren we nog nooit verder gekomen dan de Mont Saint-Michel (onderste hoekje van Normandië) en een korte uitstap naar Saint-Malo. Het wordt tijd dat we de andere mooie steden in Bretagne en zijn grillige kusten eens gaan bekijken.

Aanvankelijk zouden we op maandag 04 juni vertrekken doch achteraf bekeken is het rustiger rijden tijdens het weekend en vertrekken we op zondag 03 juni richting Granville in het zuiden van Normandië. Op dinsdag 19 juni rijden we dan terug huiswaarts. In die tijdspanne gaan we proberen de meeste mooie plekjes te ontdekken en te bekijken.

Bretagne is 1 van de 13 nieuwe Regio’s in Frankrijk. Deze regio’s zijn in 2016 van 27 herleid tot 18 (5 overzeese en 13 in Europa). Het heeft 4 departementen: de Côtes-d’Armor, de Finistère, de Ille-et-Vilaine en de Morbihan. De hoofdplaats van Bretagne is Rennes. Voor meer informatie over de streek verwijs ik naar Wikipedia.

Ik heb voor de reis een 7-tal hotelletjes geboekt. Op elke plaats verblijven we 2 of 3 nachten en rijden vanuit die locaties lusjes naar de bezienswaardigheden. Een overzichtskaartje kan je hier bekijken. Voor de reis en de bezienswaardigheden liet ik mij vooral inspireren door de verschillende reisbrochures en toelichtingen die te vinden zijn op de website van Euroreizen.be. Ik ben er echter nu al zeker van dat we nooit “alles” gaan kunnen bezoeken en zien dit jaar.

Dag 1 – Kortrijk – Granville (Normandië)

Zondag 03 juni

Vanmorgen vertrekken we omstreeks 08u30 vanuit Kortrijk richting Normandië. De reis verloopt fantastisch goed en ik denk dat we nog nooit zo weinig verkeer hebben gehad op de autosnelwegen in Frankrijk. Alleen rond Rouen is het goed uit de doppen kijken voor het verkeer. Ook de zon is bijna de hele dag van de partij. Tot Granville rijden we 538 km. Bij onze aankomst omstreeks 16u hebben we nog ruim de tijd om het stadje te bezoeken.

Ons Hotel ligt pal naast en kijkt uit op de jachthaven van Granville.

Tijdens het avondeten in het restaurant zien we in het zuiden boven Bretagne een onweder voorbij trekken. Ik ben benieuwd welk weder we morgen zullen voorgeschoteld krijgen.

Hotel Ibis Granville Port de Plaisance – Granville

Dag 2 – Granville -> Combourg (Bretagne – Ille-et-Vilaine) (100 km)

Maandag 04 juni

Gisterenavond kregen we toch ook nog een regenbui te verwerken maar zonder erg. Vanmorgen is het hier wat mistig maar droog. Volgens de regenradar hangt er echter nog heel wat regen boven Bretagne. Heel Bretagne heeft een Code Oranje en vannacht hebben ze heel wat waterlast gekregen. (o.a. in Morlaix in de Finistère)

Vandaag bezoeken we de Mont St-Michel, die eigenlijk nog in Normandië ligt en Dol-de-Bretagne in de regio Ille-et Vilaine. Zoals eerdere bezoeken aan de Mont St-Michel moeten we terug de regen erbij nemen.

Het is pas na de middag dat het wat droger wordt in Dol-de-Bretagne. Het stadje was tot de 12e eeuw de bisschoppelijke zetel. Daarom heeft de stad, met maar 5000 inwoners, een kathedraal, Saint-Samson. Door zijn bouwstijl van de 13e tot de 16e eeuw heeft hij een beetje het uitzicht van een burcht.

Dol is verder ook gekend voor de oude huizen met vakwerk.

Als we aankomen aan het Hotel begint het terug flink te regenen. Een poging om toch eens door Combourg te wandelen geven we na een half uurtje op.

Hotel Du Chateau – Combourg

Dag 3 – Combourg – Cancalle – Pnte du Grouin – Saint-Malo – Combourg (120 km)
Dinsdag 05 juni

Vandaag zou het een droge dag moeten worden. Het blijft wel de gehele dag grijs zonder zon. Vanuit Combourg rijden we iets noordwaarts naar Cancale. Men zegt dat Cancale de hoofdplaats van de oesterkwekerij is in Bretagne. Proeven moeten we toch eens doen aan één van de verkooptentjes: fantastisch lekker.

Van Cancale rijden we verder naar de Pointe du Grouin. Spijtig dat we niet ver in zee kunnen zien door de mist en de dichte bewolking.


Vandaar rijden we naar het niet zo veraf gelegen Saint-Malo. We hebben deze mooie stad reeds eerder bezocht doch het ia altijd de moeite om hier eens terug rond te wandelen.


Het wordt stilaan tijd om terug naar ons hotel te rijden. In Combourg zelf bezoeken wel nog even de tuin van het Kasteel.

Volgens de meteo krijgen we morgen terug een droge dag maar met wolken en een pak frisser dan in België. Hier zou het maar tot aan 17 ° geraken.

Hotel Du Chateau – Combourg

Dag 4 – Combourg – Dinard – Cap Fréhel – Dinan – Combourg (165 km)

Woensdag 06 juni

De dag lijkt droog te zullen starten, doch niets is minder waar. Op de middag krijgen we zelfs een flinke regenbui over ons in Dinard die onze eerste bestemming was.  Dinard ligt aan de monding van de Rance aan de overzijde van Saint-Malo. Dinard is een elegante mondaine badplaats met statige huizen. Door de regen waren we genoodzaakt onze voorziene wandeling af te breken.

Van Dinard rijden we langs de kust naar Saint-Lunaire en de Pointe du Décolle.

Van daaruit verder langs de kust naar Saint-Jacut-de-la-Mer met de Pointe de Chevet.

Onderweg naar het gekende Cap Fréhel zien we nog een aanwijzing naar het Fort la Latte dat schijnbaar een hele geschiedenis heeft gekend, intussen volledig gerestaureerd werd en in privaat bezit is.


Uiteindelijk komen we bij Cap Fréhel. De Cap met zijn beide vuurtorens, heeft een grote gekendheid doch ik had er iets meer van verwacht. Wellicht speelt ook hier het weer ons parten. De kust van Bretagne is wonderlijk mooi doch er ontbreekt momenteel 1 factor namelijk de zon.

Op onze terugweg rest er ons nog een belangrijke stad te bezoeken, nl. Dinan. We waren daar deze morgen al door gereden doch hadden het bezoek zelf tot nu uitgesteld. Dinan is een heel oude stad met vestingsmuren en veel vakhuizen die na de bombardementen van de 2de wereldoorlog grotendeels gerestaureerd werden. De bekendste straat, waar veel van die typische huizen te bewonderen zijn, is de Rue du Jerzual. Het zou de meest gefotografeerde straat van Bretagne zijn. (?)

Beneden aan de Rue du Jerzual kom je aan de Rance die Dinan doorkruist. Vanuit de vallei heb je een mooi zicht over de viaduct over de Rance.

Na ons bezoek aan Dinan zijn we werkelijk uitgeteld van het vele stappen. Volgens de App op de smartphone van Doris zouden we meer dan 14 km (meer dan 20.000 stappen) rondgewandeld hebben.

Hopelijk zijn de weersverwachtingen voor morgen en overmorgen juist met 5 graden meer, wat zon en geen regen.

Hotel Du Chateau – Combourg

Dag 5 – Combourg -> Lanvollon (Bretagne – Côtes-d’Armor) (125 km)

Donderdag 07 juni

Vandaag rijden we naar ons 3de hotel in Lanvollon iets voorbij Saint-Brieuc. Het weer is in vergelijking met gisteren heel wat beter. Er is nog geen zon en de hemel is grijs en dicht bewolkt.  Het is wel een paar graden warmer.

Een eerste groot deel van de reisweg heb ik gepland langs kleinere wegen. Verkeer is er bijna niet en de wegen liggen er prachtig bij. Juist iets om eens met de moto te doen. Pas tegen Saint-Brieuc wordt het heel druk. Saint-Brieuc lijkt me ook een drukke en grote stad die we niet bezoeken.

Iets verder komen we aan de kust in het havenplaatsje Saint-Quay-Portrieux. Hier kunnen we eindelijk even genieten van de zonnestralen die door het wolkendek komen.


We stappen er ook tot aan de Pointe Du Sémaphore, een kleine radarinstallatie van de Franse Marine. Van de installatie en toren mag je geen foto’s nemen maar de link op de naam hierboven kan je wel iets meer zien en nalezen. Foto’s nemen naar de zeezijde mag natuurlijk wel.

Voor we naar het hotel rijden maken we wel nog een ommetje naar Guingamp.  Een mooi bretoens stadje met wat typische vakhuizen en de Basiliek Notre-Dame-de-Bon-Secours.



Vandaag kregen we al bij al een mooie dag. We kijken uit naar morgen.

Logis Lucotel – Lanvollon

Dag 6 – Lanvollon – Paimpol – Île de Bréhat – Perros-Guirec – Lennion (160 km)

Vrijdag 08 juni

Eindelijk een dag met volop zon. Na de middag krijgen we tot 20°.
Onze rondrit vertrekt naar de kustlijn in het noorden. Eerste stopplaats is de ruïne van de Abdij van Beauport waar we even rondlopen. Binnen kijken kunnen we niet want het onthaal is nog niet open.

Even verder kom je dan in het vissersdorp Paimpol dat in de 19e eeuw vooral gekend was voor zijn kabeljauwvissers. Nu is het grootste deel ingenomen door pleziervaartuigen. Achterin de haven is nog bedrijvigheid rond de visvangst.

In de viswinkels liggen de krabben te wachten om verkocht te worden.

Nog iets verderop rijden we de landengte op richting Île-de-Brehat. Het eiland kan men bezoeken of rond varen met een overzetboot. Wij doen dat echter niet omdat we anders niet rond geraken met de geplande rit.

Met het mooie weer is het zicht op de oceaan en de vele eilandjes gewoon fantastisch.

De volgende stop is Plougrescant, La Pointe du Chateau en  met zijn gekende “Maison Entre Deux Rochers”.

Maison Entre Deux Rochers

Dan wordt het tijd om terug de richting van het hotel te kiezen. We stoppen wel nog even in het stadje Lannion en lopen nog eens door het oude stadsgedeelte met de typische huizen.

Vandaag een heel tevreden dag gehad, goed weer, mooie zon en mooie natuur gezien.

Logis Lucotel – Lanvollon

Dag 7 – Lanvallon -> Saint-Renan (Bretagne – Finistère)

Zaterdag 09 juni

Vandaag verplaatsen we ons naar het volgende hotel in Saint-Renan (of Lokournan in het Bretoens). We vertrekken vandaag terug in de regen. 2 Dagen zon is schijnbaar niet aan de orde in Bretagne.

Langs de reisweg rijden we door Morlaix. De stadje werd deze week getroffen door een hevige wolkbreuk met een nog nooit geziene wateroverlast als gevolg. Morlaix heeft een binnenhaven op de Dosenn die uitmondt in de Baai van Morlaix. Om uit of in de haven te komen heeft men wel hoog water nodig. Naar zee toe is de haven afgesloten met een sluis om voldoende water in de haven te kunnen houden.

We rijden vervolgens naar Roscoff. Vanuit Roscoff kan je met verschillende Ferriediensten naar de kanaaleilanden, Engeland, Ierland en zelfs Spanje. Voor het stadje in zee ligt het eiland Île-de-Batz.

Na het vertrek uit Roskoff krijgen we opnieuw regenbuien te verwerken tot onze aankomst in Saint-Renan. Daar klaart plots de hemel open en kunnen we zelfs een mooie wandeling maken rond het meer.

Op het gemeentepleintje gaat blijkbaar op dat moment juist een folklorestoet met kinderen en plaatselijke muziekkanten.

Les Voyageurs – Saint-Renan

Dag 8 – Saint-Renan – Ïle-Vierge – Portsall – Le Conquet – Pnte de Saint-Mathieu – Saint-Renan (110 km)

Zondag 10 juni

We vertrekken ’s morgens in de mist, mist en nog eens mist. Het zal pas na de middag opklaren. Het blijft wel droog, wat al een pluspunt is. Pas later op de dag krijgen we een mooi Bretagne te zien.

Volgens de uitgestippelde rondrit rijden we eerst naar de kust bij Lilia om van daaruit de Vuurtoren van L’Ïle Vierge te zien. De vuurtoren is met zijn 82 meter de hoogste van Europa. Probleem is alleen dat we hem niet te zien krijgen door de dichte mist.

Dan maar verder naar Portstall. In de nabijheid van Portsall zonk in maart 1978 de olietanker Amoco Cadiz. Dit zorgde voor één van de grootste milieurampen aan de Bretoense kust. Op de kust kan je nog het akker zien liggen als monument.

De wegen, zelfs de hele kleine, zijn fantastisch in Bretagne. Dat op zich maakt een rondrit al heel mooi. Na de middag komen we in Le Conquet waar we ook een Crèpe Nordique eten (pannenkoek van forment noire met gerookte zalm en een roomsaus).

Intussen is de hemel dan toch grotendeels open getrokken en wordt het zicht aan de Pointe de Saint-Mathieu niet teleurstellend. Op de Pointe de Saint-Mathieu, staan 2 vuurtorens, een oude uit de 17e eeuw en een nieuwere uit de 19e eeuw. Naast de vuurtorens staan ook de ruïnes van de Abdij uit de 13e eeuw. De Pointe de Saint-Mathieu is het meest Westelijk gelegen punt van Frankrijk.

Aan vuurtorens is er geen gebrek in Bretagne. Een volgend mooi exemplaar vinden we aan de toegang naar de havenstad Brest, aan het Fort du Petit Minou.

Om de dag af te sluiten rijden we nog even naar de Menhir de Kerloas. Deze Menhir is met zijn 9,5  meter, het grootste rechtop staande exemplaar van Europa. De menhir zou naar schatting een 5000 jaar leden gemaakt zijn.

Les Voyageurs -Saint-Renan

Dag 9 – Saint-Renan -> Locronan (Bretagne – Finistère) (170 km)

Maandag 11 juni

Vandaag verplaatsen we ons andermaal naar een volgend Hotel in Locronan. Het wordt een mooie dag met tamelijk wat zon en een lekkere 20°. Op bepaalde plaatsen staat er wel een strakke wind. Onze rit valt uiteindelijk iets langer uit dan voorzien omdat we onderweg enkele bezienswaardigheden extra meenemen.

Onze eerste stop is in Le Faou, één van die typische Bretoense dorpjes. Ooit was hier een bloeiende binnenhaven waar nu enkel nog wat sporen van zijn.

Van daaruit naar de landengte met Crozon. In het Noorden hebben we de Pointe des Espagnols. Een verdedigingspunt voor Brest gebouwd door Napoleon. Veel blijft er niet van over. We krijgen wel een mooi zicht over de baai net aan de overzijde Brest.

We rijden terug naar het zuiden en komen zo in Camaret-sur-Mer met in de haven een toren gebouwd door Vauban.

Even voorbij het centrum van Camaret-sur-Mer staan in het veld ook een reeks kleine Menhirs die voor onze tijdrekening volgens een lijnpatroon opgesteld werden. Jammer dat het geheel er wat verwaarloosd bij ligt.

Rest ons nog een bezoekje aan de Pointe de Pen-Hir en de Pointe de Dinan.

Locronanis een dorpje in Bretagne waar de tijd is blijven stil staan. Ware het niet dat er ook hier auto’s rijden dan zou je haast denken dat we 200 jaar terug keren in de tijd. De oude bouwstijl van de huizen werd er totaal behouden zoals weleer. Het is gewoon prachtig om hier rond te lopen.

Logis Le Prieuré – Locronan

Dag 10 – Locronan – Pointe du Van – Pointe du Raz – Quimper – Locronan (115 km)

Dinsdag 12 juni

We vertrekken vanmorgen in volle zon en dit blijft zo tot de avond. We halen tot 24°. Dit is pas een echt vakantiegevoel.

Via Douarnerez, dat vroeger gekend was voor de sardienenvangst, rijden we naar de Pointe du Van. Hier krijgen we pas Bretagne en zijn kliffen op zijn mooist te zien.

In feite zou je hier mogen spreken over de “Pointe du Vent” want er staat hier vandaag een heel stevige wind. Op de laatste foto hierboven zie ook in de verte al onze volgende stop liggen de Pointe du Raz.

De Pointe du Raz heeft geen eigen vuurtoren. De vuurtorens en bakens die moeten waarschuwen voor de kliffen liggen allemaal verder in zee. De toren hierboven is terug een radartoren van de Franse Marine.

Beide pointes worden omschreven als van de mooiste van de Bretoense kust. Als laatste stop voor vandaag rijden we naar Quimper.
Quimper is een grote en drukke stad niet te vergelijken met de rust en kalmte van de rest van Bretagne. In de periode dat wij hier verblijven is er schijnbaar nog niet veel toerisme in dit deel van Frankrijk. Quimper heeft een mooi oud stadsdeel met de Kathedraal Saint-Corentin. Opnieuw zien we veel statige oude Bretoense gebouwen in hun typische bouwstijl.

 

Na de  vele uren rondstappen, genieten van de zon en de natuur, keren we heel tevreden terug naar het hotel.

Logis Le Prieuré – Locronan

Dag 11 – Locronan -> Carnac (Bretagne -Morbian) (140 km)

Woensdag 13 juni

We rijden verder zuid-oostwaarts. Het is andermaal mooi weer maar het zal niet zo warm worden als gisteren max. 20°. Eénmaal voorbij Quimper lijkt het of er meer toeristen zijn en het verkeer is wat drukker.

Als eerste stop krijgen we Concarneau. De vissershaven Concarneau heeft nog zijn oude “Ville Close” uit de 17e eeuw. Het is de grootste haven voor tonijnaanvoer van Frankrijk.

Dat Concarneau voor een groot deel leeft van de visvangst zie je aan de vele ingeblikte visprodukten die overal verkocht worden.


Verder onderweg komen we in Pont-Aven. De schilder Paul Gaugain (1848-1903) verbleef hier lange tijd en legde de schoonheid van deze omgeving met de watermolens vast op doek.

De laatste stop voor vandaag is Port Louis met zijn Citadel (16e – 17e eeuw). De bouw begon in 1590 in opdracht van koning Lodewijk XIII onder  de Spaanse architect don Juan del Aguila. Het is prachtig staal van militaire architectuur.

Wat we morgen juist gaan doen hangt af van het weer. Van hieruit willen we graag Belle-Ïle-en-Mer bezoeken. Hiervoor moeten we wel een overzetboot nemen en dan kies je natuurlijk voor goed weer. Het is dus even afwachten wat ze voor morgen en overmorgen voorspellen.

Hôtel An Ti Gwenn – Carnac

Dag 12 – Carnac – Vannes – Carnac (75 km)

Donderdag 14 juni

Zoals verwacht krijgen we vandaag een mindere dag, veel bewolking en lichte regen vanaf de middag. Het zal ook maar een 18° worden vandaag.

Gezien we gisteren al veel uit de streek konden meenemen, beperken we vandaag onze rondrit. Vanmorgen reserveerden we wel al onze overzet naar het Belle-Ïle-en-Mer. Volgens de verwachtingen zouden we morgen terug goed weer hebben.

Carnacis bekend voor zijn steenpatronen van Le Menec en Kermario. In totaal resteren er nu nog ongeveer 2600 van de oorspronkelijke naar schatting 11.000 stenen. Vermoedelijk zijn deze stenen monumenten verbonden met prehistorische sjamanistische rituelen en werd rond 5000 v.Chr. begonnen met de bouw ervan. Daarmee zijn het de oudste bouwwerken in Europa.

Her en her staan er ook Dolmen (of Hunebed) die bestaan uit staande stenen met daarop een platte deksteen. Ze zouden dienst gedaan hebben als begraafplaatsen.

Ergens tussen de bomen gaan we ook een enkeling bekijken: Le Geant du Manio. het is een alleenstaande rechtop staande Menhir van 6.50 m hoog.

Van hieruit rijden we naar Vannes. Vannes is een belangrijke plaats in de Morbihan. In 1532 werd hier de eenheidsverklaring ondertekend waardoor de eenheid van Bretagne met Frankrijk een feit werd. Vannes was tot dan de hoofdstad van het onafhankelijk hertogdom Bretagne.

Gezien het toch maar blijft motregenen besluiten we terug te rijden naar Carnac en in het stadje wat naar de winkeltjes te kijken. Hieronder nog het kerkje van Carnac.

Hôtel An Ti Gwenn – Carnac

Dag 13 – Carnac – Belle-Ïle-en-Mer – Carnac

Vrijdag 15 juni

Er was goed weer voorspeld en dat krijgen we ook. Veel zon met maar af en toe eens wat wolken. Het blijft wel rond de 18° à 19° op Belle-Ïle-en-Mer. Het wordt een fantastische dag.

Je kan heel gemakkelijk op het eiland geraken met de overzetboot vanuit Quiberon. Dat is ongeveer 45 minuten varen. Het eiland dat tamelijk groot is (17 km lang bij 9 km breed) kan je op verschillende manieren bezoeken; met de huurwagen, met de (elektrische) fiets, met een rondrit op een autocar of desnoods te voet maar dan heb je wel 5 dagen nodig (de omtrek van het eiland is ongeveer 100 km). Wij kozen voor de autocar. Op die manier krijg je alles te zien en moet je niet zelf gaan zoeken. Alle tickets voor de overzet en de autocar hebben we de dag vooraf al aangekocht in het bureau de tourisme in Carnac.
We vertrekken al iets vroeger dan andere dagen uit het hotel want we moeten eerst een half uur rijden naar Quiberon. Vanaf een grote randparking (met 1100 plaatsen) brengt een shuttlebus je tot aan de haven. Alles verloopt heel vlotjes.

Quiberon – de Bangor

Vanuit de haven in Le Palais op het eiland vinden we snel onze bus terug. Hij vertrekt wel niet helemaal op tijd want de chauffeur is helemaal niet gehaast. Maar geen probleem; toeristen staan niet op uur.
De gids voor de dag is de chauffeur zelf van de bus. Tijdens de reis denk ik dat hij geen 2 minuten gezwegen heeft. Wel interessant want dan leer je veel meer, soms wel druk door die spraakwaterval. Hij vertelt alles wel op een sappige Franse manier wat het weer aangenaam maakt.
We doorkruisen het eiland in een 5-tal uur en rijden van de ene bezienswaardigheid naar de andere. Ter plaatse krijgen we dan voldoende tijd om alles te bewonderen. Vanaf Le Palais rijden we achtereenvolgens via Locmaria naar de “Plage de Grands Sables”, dan via Bangor naar de “Aiguilles de Port Coton“, verder naar Sauzon waar we iets na de middag lunchen en een korte wandeling langs de haven maken. Tot slot rijden we nog naar “La grotte de l’Apothicairerie” om te eindigen met de “Pointe des Poulains“. Rond 17 u komen we terug in de haven van Le Palais en wordt het nog wat verpozen om om 18 u 30 terug de overzet te nemen.

Voor de foto’s die ik weerhouden heb kan je doorklikken naar een afzonderlijke pagina.

Lekker flesje Cider

Wie geïnteresseerd is in meer toelichting over deze bezienswaardigheid kan altijd de linken nalezen die ik heb voorzien. Je ziet dat ik veel verwijs naar Franse pagina’s van Wikipedia. De reden hiervoor is dat de Nederlandstalige pagina’s weinig of geen info geven.

Hôtel An Ti Gwenn – Carnac

Dag 14 – Carnac -> Chantepie (Rennes) (Bretagne – Ille-et-Vilaine) (180 km)

Zaterdag 16 juni

Vandaag zal een wisselvallige dag worden: beetje regen, beetje wolken en af en toe een sliertje zon.

Normaal stond op de planning om vandaag Vannes te bezoeken, doch gezien we dit stadje al aangedaan hebben moet dit geen 2de maal. We wijken dan maar af van onze route en rijden naar Redon.
Redon ligt op de grens van Bretagne met de Loire-Atlantique en op de rivier La Vilaine die een stuk verder uitmondt in de Atlantische Oceaan.

In Redon hebben we een kruispunt van 2 waterlopen wat eerder uitzonderlijk is. Het kanaal van Nantes naar Brest dwarst er via een sluizencomplex de Vilaine. Momenteel zal het dwarsen met een boot al niet mogelijk zijn gezien de grote stroming op de Vilaine.

Op onze verdere weg richting Rennes, komen we nog Les Landes de Cojoux – Megaliths tegen in Saint-Just. Het is één van de vele plaatsen met constructies van megalieten of menhirs.

Hôtel-Restaurant Les Loges – Chantepie

Dag 15 – Chantepie – Vitré – Fougéres – Chantepie (130 km)

Zondag 17 juni

Vandaag rijden we naar 2 steden die voor de vereniging van Bretagne met Frankrijk een belangrijke rol speelden in de verdediging van het grondgebied. Beide steden bezitten nog hun goed behouden of goed gerestaureerde burchten.

De eerste die we bekijken is Vitré. Het kasteel van Vitré ligt aangebouwd op een rots op de heuvel Sainte-Croix. De eerste constructie, uit hout, moet er al geweest zijn in de 11de eeuw. Het kasteel in zijn huidige vorm dateert uit de 13de eeuw. In Vitré zie je ook nog veel mooie vakwerkhuizen.

Van Vitré rijden we naar Fougères. Ook daar is de trekpleister het goed bewaarde middeleeuwse kasteel. Aan de huidige vorm met zijn 13 torens werd gebouwd vanaf de 12de eeuw tot de 15de eeuw en het bevat verschillende bouwstijlen. Het begin van het kasteel moet uit de 11de eeuw dateren.

Waar we ’s morgens een grijze bewolking hadden was de zon wel van de partij na de middag. In de late namiddag trok alles echter terug dicht met enkele spatjes regen op de terugweg. Volgens de verwachting zou het morgen een mooie dag worden. Dan gaan we de hoofdstad Rennes bezoeken.

Hôtel-Restaurant Les Loges – Chantepie

Dag 16 – Stadsbezoek Rennes (op 7 km van Chantepie)

Maandag 18 juni

We komen aan het einde van onze reis die we afsluiten met een bezoek aan de stad Rennes. Rennes is een snel groeiend industrieel en academisch centrum met een kosmopolitische sfeer. De stad ontstond reeds in de Romeinse tijd uit een Gallische nederzetting. Het werd in 1562 de hoofdstad en administratieve hoofdplaats van Bretagne.
Het oude centrum van de stad werd in 1720 grotendeels verwoest door brand. Daarna werd het in een strakke neoklassieke stijl terug opgebouwd. Het oude centrum is helemaal niet zo groot. Met een wandeling van ongeveer 3,5 km zien je de meeste bezienswaardigheden.

Als eerste komen we voorbij het imposante Stadhuis op de Place de la Marie.

De Kathedraal van Saint-Pierre is aan de buitenzijde weinig opvallend maar de binnenzijde kon ons wel bekoren metde 44 ionische zuilen. Je zou haast denken dat het echte marmeren zuilen zijn doch de oorspronkelijke zuilen werden op die manier herbepleisterd en gekleurd. Het plafond werd met goud versierd.

Hier en daar staan nog oude vakwerkhuizen die ongeschonden uit de grote brand gekomen zijn.

We eindigen onze wandeling in de omgeving van het Museum voor Schone Kunsten.

Daar er nog wat tijd over is beslissen we nog eens naar Châteaugiron te rijden waar ik nog een laatste foto maak van het kasteel aldaar.

Hôtel-Restaurant Les Loges – Chantepie

Dag 17 – Chantepie -> Kortrijk (600 km)

Dinsdag 19 juni

Vandaag rijden we terug naar huis. We proberen zo vroeg mogelijk aan te zetten om niet te laat thuis te zijn. We maakten een hele leuke reis en mochten vele mooie steden en natuur bekijken. Het was de bedoeling om een totaalbeeld te krijgen van Bretagne en ik denk dat dit ons ook mooi gelukt is Jammer dat het mooie weer niet altijd aanwezig was maar dat zijn zaken waar je zelf niet kan over beslissen.

2018 – Foto’s Belle-Ïle-en-Mer